Het Nieuw en Meer complex deed oorspronkelijk dienst als munitieopslagplaats van Rijksdomeinen.
De gebouwen dateren uit 1918 en maakten in de laatste fase voor haar opheffing nog deel uit van de Stelling van Amsterdam.
De wachters van de toenmalige ‘kruitmagazijnen’ konden in 1928 nog naar de olympische roeiwedstrijden op de Ringvaart kijken, waar men nu zicht heeft op een van de drukste luchthavens van Europa strekte zich toen de leegte van de Haarlemmermeerpolder.
Na de laatste conflicten in toen nog Nederlands Nieuw Guinea in 1962 raakte de militaire opslag in onbruik.
Geheel toevallig op het moment dat Marco van Basten Nederland in collectieve vervoering bracht, werd – na een leegstand van 25 jaar – het terrein door een groep kunstenaars en activisten uit het – met ontruiming bedreigde Amsterdamse Conradstraat-complex – gekraakt.