Geschiedenis

Magazijn voor Bijzondere opkomst

Het Nieuw en Meer terrein aan de Ringvaart van de Haarlemmermeer deed oorspronkelijk dienst als wapen-, en munitieopslagplaats van Rijksdomeinen. De eerste gebouwen dateren uit 1918 en maakten onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam, waar het bekend is onder de naam Magazijn voor Bijzondere opkomst.

Nog tot begin jaren tachtig was het terrein in gebruik van Defensie. Na de laatste conflicten in toen nog Nederlands Nieuw Guinea in 1962 raakte de militaire opslag in onbruik.

Kraak

Op 25 juni 1988 werd, geheel toevallig op het moment dat Marco van Basten Nederland in collectieve vervoering bracht, het terrein aan de Oude Haagseweg aan de uiterste zuidwestrand van Amsterdam door een groep kunstenaars en activisten uit het – met ontruiming bedreigde Amsterdamse Conradstraat-complex – gekraakt. Lees meer over Conradstraat 11.

Op 10 augustus 1988, anderhalve maand na de kraak, werd de Stichting Nieuw en Meer opgericht waarmee de weg naar legalisatie werd ingeslagen. De toetreding van de toenmalige Rijksbouwmeester Prof. Ir. Kees Rijnboutt als voorzitter van het eerste bestuur van Stichting Nieuw en Meer was van niet gering belang wat betreft de maatschappelijke acceptatie van het kraakcomplex en de ontwikkeling tot legalisatie van het terrein.

Nieuwe bestemming

De formele legalisatie in 1991, het erfpachtcontract tussen de Stichting Nieuw en Meer en de Gemeente Amsterdam betekende het startpunt van omvangrijke verbouwingen. Met name de twee grote magazijngebouwen met een totaal leeg vloeroppervlakte van 7200 m2 moesten worden getransformeerd tot ruim 80 kleinere individueel toegankelijke casco ateliers. De bouwbegeleiding lag in handen van Casa Architecten (Hein de Haan). Een groot deel van de werkzaamheden werd door de huurders zelf uitgevoerd. De oprichting van de Vereniging huurdersbelangen ‘Niks Minder’ op 24 juni 1991 was het formele eindpunt van het proces naar legalisatie van de voormalige kraakpanden. De Vereniging behartigt de belangen van de huurders