U bent van harte uitgenodigd voor de opening van INTERVIEW:
een duopresentatie met nieuw werk van Ricardo van Eyk en Han Schuil
in de galerie op zaterdag 5 september as. van 17:00 uur tot 19:00 uur.
Tegenboschvanvreden
bloemgracht 57
1016 ke amsterdam
Een meer dan manshoog smal schilderij, diagonaal verdeeld in een diepzwarte helft rechts en een lichtere helft links. De botsing tussen donker en licht vormt een haarscherpe scheidslijn tussen de vlakken. Die lijn vlamt fel op en vloeit wolkerig uit in het linker deel. Met de recente zonsverduistering nog op het netvlies roept het beeld van HEAT XCIII (2025) van Han Schuil (1958) onmiddellijk een kosmische oneindigheid op. De kleine witte en gekleurde stipjes in het linkerdeel versterken die associatie. Het werk is onderdeel van de serie HEAT waar de kunstenaar inmiddels alweer tien jaar geleden mee begon, en waarvan een aantal recente werken nu te zien is in de galerie. Zoals altijd was de aanleiding voor de werken in deze serie even toevallig als concreet: "Het probleem van de kunstenaar is dat hij een motief moet hebben," aldus Schuil. "Ik heb een overkoepelende thematiek waar ik in geloof - die gaat over de grote vragen van het leven - maar motieven zijn voor mij net zo belangrijk. Die dienen zich soms op verpletterende wijze aan, zoals de krantenfoto van een sporter in zijn sport outfit die ik ooit zag toen ik met een kater wakker werd en de krant op z'n kop voor me lag. Dat was letterlijk een epifanie. En zo werkte het ook met de infrarood foto's die ik gebruik voor de werken in deze tentoonstelling. Zo'n aanleiding of motief neem je mee naar je studio en daar gaat het idealiter, door het schilderproces, een een eigen leven leiden, een eigen wereld vormen."
Ricardo van Eyk (1993) op zijn beurt heeft een scherp oog voor de details van de stedelijke omgeving. Hij filtert de beelden die hij op straat tegenkomt en koppelt ze in zijn werk aan zijn voorkeur voor industrieel ogend materiaal. Vaak zijn het naar architectuur en stedenbouw verwijzende ruimtelijke schilderijen die hij maakt. ACME III (2026) is een werk dat is opgebouwd uit verschillende lagen stucgaas die de kunstenaar met verf, maar ook met stuc heeft bewerkt. Het oppervlak wordt keer op keer afgeschuurd en weer bewerkt waardoor de kleur - rood en allerlei tinten tussen wit en beige - feller of juist meer ingehouden wordt. De stukken gaas zijn onregelmatig van vorm en wisselend van formaat. Over die structuur van gaas ligt een web van banen die ogen als tape, maar die geschilderd zijn. Het is een werk waar je als het ware fysiek meegenomen wordt in een ruimtelijke hectiek die doet denken aan versneld afgespeelde filmbeelden van drukke kruispunten. Ook bij Van Eyk is de aanleiding voor zijn werk concreet maar het is niet de werkelijkheid buiten de studio die het werk bepaalt: "Door het materiaal en de praktische kant van de keuzes die je in de studio maakt, word je in feite aandachtiger en dat levert weer nieuwe observaties op", aldus van Eyk. Het werk van Van Eyk getuigt van een visie op onze wereld die niet alleen serieus is, maar ook een zekere lichtheid en humor in zich draagt: werken in de tentoonstelling hebben als titel ACME. Dit woord is naar verluidt een acroniem voor 'American Company that Manufactures Everything'. In de jaren twintig werd het woord vaak gebruikt in bedrijfsnamen die bovenaan alfabetische telefoongidsen – zoals de Gouden Gids – moesten komen te staan, om zo te suggereren dat het om het beste bedrijf ging. Van Eyk herinnert zich hoe het woord op productverpakkingen in tekenfilms uit zijn jeugd verscheen; daar werd het ironisch gebruikt, omdat de producten vaak defect raakten of explodeerden – met alle catastrofale, averechtse gevolgen van dien!
Van Eyk nodigde Schuil uit voor een duopresentatie in de galerie met als titel INTERVIEW. Dat woord dat afkomstig is van het Franse woord entrevue geeft uitdrukking aan het idee van de ontmoeting. In de tentoonstelling wordt de ontmoeting letterlijk zichtbaar in de relatie die de werken met elkaar aangaan. De aardse, fysieke drift die zichtbaar wordt in het oppervlak van de schilderijen van Ricardo van Eyk, paart zich aan de gesublimeerde intensiteit van kleur, vorm en textuur in dat van Han Schuil. Schoonheid en poëzie reiken elkaar de hand, maar vooral knettert het van de energie tussen de werken, vooralsnog gelukkig zonder ontploffingen!
Tegenboschvanvreden
bloemgracht 57
1016 ke amsterdam